Hoe de pubertaire ontwikkeling evalueren?

De pubertaire status wordt aan de hand van 3 dimensies beoordeeld.

  • Bij meisjes zijn dit de borstontwikkeling (B), de pubisbeharing (P) en de leeftijd van de menarche.
  • Bij jongens zijn dit de uitwendige genitaliën (G), het testisvolume (T) en de pubisbeharing (P).
     

De secundaire geslachtskenmerken (de borstontwikkeling, de pubisbeharing en de uitwendige genitalia) worden geëvalueerd door visuele inspectie. Voor elk kenmerk onderscheidt men vijf ontwikkelingsstadia. De foto’s van de scorekaarten gebruikt in de studie Vlaamse Groeicurven geven een geïllustreerde beschrijving van elk stadium en dienen als richtpunt bij het scoren. De ontwikkelingsstadia zijn niet noodzakelijk dezelfde voor alle kenmerken. Het is best mogelijk dat de P-score verschillend is van de B- of de G–score. Elk kenmerk moet bijgevolg afzonderlijk worden beoordeeld.

De datum van de menarche wordt bevraagd (maand en jaar), via een vragenlijst of aan de leerling zelf.

Tot aan de menarche worden de P- en B-scores genoteerd. De menarche is een bewijs van een volledig ontrolde pubertaire ontwikkeling. Het scoren van de pubisbeharing en borstontwikkeling heeft vanaf dan geen klinische relevantie meer.

Het testikelvolume wordt gemeten met behulp van een orchidometer waarbij het volume van de testikels wordt vergeleken met het testismodel.

orchidometer

  • Eerst controleert men de aanwezigheid van beide teelballen in het scrotum.
  • Noteer het aantal ingedaalde teelballen (0, 1 of 2).
  • Span het scrotum wat op en isoleer met een hand de testikel.
  • Met in de andere hand de orchidometer wordt op het gevoel het testismodel opgezocht dat het meest overeenstemt qua volume.
  • Het volume van het overeenkomende testismodel wordt genoteerd en uitgedrukt in milliliter.
  • Herhaal voor de andere testikel
     

In het kader van deze standaard werd ervoor gekozen zowel de G-scores als het testiculair volume afzonderlijk te noteren. De G-score refereert aan een beschrijving van de graad van penis- en scrotumontwikkeling zoals dit door Tanner werd beschreven.
Het is een taak van de arts om de concordantie of discordantie tussen het testiculair volume en het uitzicht van scrotum en penis (G-scores) te beoordelen.

De registratie van de pubertaire ontwikkeling van de jongen verloopt dan als volgt:

G1: Prepubertair.
G2: Pigmentatie van het scrotum; de huid is gerimpeld. Nog geen, of slechts een geringe vergroting van de penis.
G3: Vergroting van de penis, vooral in de lengte en verdere groei van testiculair volume, uitzakken van het scrotum.
G4: Verdere vergroting van de penis, nu ook in de breedte, ontwikkeling van de glans; toenemende pigmentatie van
het scrotum.
G5: Volwassen grootte en vorm van de penis, scrotum.
Naast de bepaling van de G-score wordt afzonderlijk het testiculair volume geëvalueerd:
T1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 10, 12, 15 , 20 en 25 ml, in het dossier te noteren.
Op de groeicurve worden enkel de volumes T4, 10, 12 en 15 ml geplot omwille van hun relevantie voor de pubertaire
ontwikkeling.

Tabel 3: Omschrijving G-scores. Zie ook foto’s scorekaart pubertaire ontwikkeling.

uit de Standaard Groei en Pubertaire ontwikkeling, deel 2, p. 11-12

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht

Lid worden van VWVJ

Je werkt in de JGZ en wil nog beter geïnformeerd worden over JGZ-thema’s? Of je wenst mee te denken over de toekomst van de JGZ? Dan is VWVJ-lidmaatschap iets voor jou.

Wens je op de hoogte te blijven?
 Laat hier jouw emailadres achter.