Artikel 'Effectiviteit van geconjugeerde meningokokken C vaccinatie'

Datum: 
14-11-2004

 

Artikelbespreking:
Effectiveness of meningococcal serogroup C conjugate vaccine 4 years after introduction

Trotter CL, Andrews NJ, Kaczmarski EB, Miller E and Ramsay ME
The Lancet 2004; 364: 365-67

In november 1999 werd in het Verenigd Koninkrijk het geconjugeerde meningokokken serogroep C vaccin aan het routine vaccinatieprogramma voor zuigelingen toegevoegd, met injecties op de leeftijd van 2, 3 en 4 maanden. Om zo snel mogelijk het hoofd te kunnen bieden aan een toen heersende epidemie van meningokokken serogroep C infecties, werd bijkomend een “catch-up programma” georganiseerd voor alle kinderen tussen 1 en 18 jaar.  Aan deze leeftijdsgroep werd 1 dosis van het vaccin aangeboden. Het programma maakte gebruik van de toen beschikbare geconjugeerde meningokokken serogroep C vaccins van verschillende producenten, waaronder ook NeisVac C dat sinds 2001 in de Vlaamse campagne wordt gebruikt.  Deze aanpak heeft geleid tot een succesvolle controle van de epidemie, en dit dank zij de gekende korte termijn effectiviteit van het vaccin, en het optreden van een belangrijke mate van haardimmuniteit door massale inenting van de vermelde leeftijdscohorte.

De surveillance-gegevens die verzameld werden tot 4 jaar na de introductie van dit vaccinatieprogramma doen echter twijfels rijzen omtrent de lange-termijn effectiviteit van het vaccin, wanneer toegediend aan zuigelingen zonder herhalingsinenting. De effectiviteit van 1 dosis van het vaccin bleek voldoende hoog bij kinderen tussen 5 maanden en 18 jaar (effectiviteit voor de globale groep ≥ 83%). Bij zuigelingen echter, die op de leeftijd van 2, 3 en 4 maanden met het vaccin werden ingeënt, bleek de effectiviteit tot onaanvaardbare lage niveau’s te zakken (effectiviteit 66%), maar bovendien ook erg verschillend naargelang de tijdsduur tussen vaccinatie en de blootstelling aan infectie. Binnen het jaar na vaccinatie bedroeg de effectiviteit voor deze leeftijdsgroep nog 93%, wat vergelijkbaar is met wat gevonden werd voor de “catch-up” leeftijdsgroep. Meer dan 1 jaar na vaccinatie was de vaccin effectiviteit hier echter significant lager dan bij de “catch-up” groep (effectiviteit –81%, maar met zeer brede betrouwbaarheidsintervallen).

Deze cijfers zijn een bevestiging van het feit dat geconjugeerde vaccins, toegediend aan kinderen jonger dan 6 maanden, onvoldoende in staat zijn om een krachtig immunologisch geheugen op te bouwen, dat bij latere blootstelling aan de kiem voor een snelle en voldoende sterke immuunrespons en bescherming kan zorgen. Een zelfde vaststelling werd een 2-tal jaren geleden ook gedaan voor de geconjugeerde Hib-vaccins, waarvoor in het Verenigd Koninkrijk een vergelijkbare vaccinatiestrategie (3 dosissen beneden de leeftijd van 6 maanden, zonder herhalingsinenting) gevolgd wordt.  Een herhalingsinenting op de leeftijd van 1 jaar of ouder, zoals in België en de meeste Westerse landen wordt aanbevolen, kan het probleem van gebrekkige lange-termijn effectiviteit oplossen.

De surveillance-gegevens beschreven in deze Britse studie hebben er onder meer toe geleid dat de Hoge Gezondheidsraad voorlopig afziet van een aanbeveling voor systematische vaccinatie van Belgische zuigelingen tegen meningokokken serogroep C. Het huidige beleid van 1 dosis van het geconjugeerde meningokokken serogroep C vaccin op de leeftijd van 12 maanden wordt daarom  ongewijzigd voortgezet.  Deze beslissing is uiteraard ook ingegeven door de hoge kostprijs van deze vaccins, en de vaststelling dat het algemene vaccinatieprogramma (1-18 jaar) dat de voorbije jaren met medewerking van de CLB werd gerealiseerd voor haardimmuniteit heeft gezorgd, en geresulteerd heeft in een aanzienlijke daling van de incidentie van meningokokken serogroep C infecties, ook in de leeftijdsgroep beneden het jaar.

Prof. K. Hoppenbrouwers, november 2004

Printvriendelijke versie van deze bespreking.

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht