Intervallen tussen vaccinaties die geen onderdeel zijn van een serie

Er is geen evidentie dat geïnactiveerde vaccins interfereren met de immuunrespons van andere geïnactiveerde vaccins of van levende vaccins.

Voor levende vaccins bestaat beperkte evidentie dat de immuunrespons verminderd is als het vaccin toegediend wordt na minder dan 28 dagen na een ander levend vaccin. Om het risico op interferentie te verminderen, moeten levende vaccins die niet op dezelfde dag worden toegediend, toegediend worden met een interval van minimum 4 weken. Als het interval tussen 2 levende vaccins minder is dan 4 weken, kan het tweede vaccin niet als geldig beschouwd worden en moet het herhaald worden. De herhaling moet minimum 4 weken na de laatste ongeldige dosis worden toegediend.

Tabel 8: Te respecteren interval tussen vaccins die geen onderdeel zijn van een serie 

Antigen combinatie

 Aanbevolen minimum interval

2 of meer geïnactiveerde vaccins

simultaan of met elk mogelijk interval

geïnactiveerd vaccin en levend vaccin

simultaan of met elk mogelijk interval

2 of meer levende ‘te injecteren’ vaccins1

simultaan of met een interval van 4 weken

 

 

 

 


1 Levende ‘orale’ vaccins (vb. rotavirus vaccin) mogen simultaan of met elk mogelijk interval worden toegediend voor of na geïnactiveerde of levende te injecteren vaccins. Het enige levende ‘te injecteren’ vaccin dat door het CLB wordt aangeboden is het MBR-vaccin.

VWVJ Standaard Vaccinaties 2013, 2.3.2.2
(ongewijzigd in update juli 2019)

Terug naar de 'Kerninformatie' over vaccinaties

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht

Lid worden van VWVJ

Je werkt in de JGZ en wil nog beter geïnformeerd worden over JGZ-thema’s? Of je wenst mee te denken over de toekomst van de JGZ? Dan is VWVJ-lidmaatschap iets voor jou.

Wens je op de hoogte te blijven?
 Laat hier jouw emailadres achter.