De LogMAR voor de "jongsten" en de "ouderen": enkele tips

De logMAR test is nog te moeilijk voor de jongste kleuters, soms ook nog voor de kinderen van de 2de kleuterklas. Enkele tips.

  • Zorg ervoor dat zowel kleuter als verpleegkundige een comfortabele houding hebben. De platen worden op ooghoogte van de kleuter gehouden.  De verpleegkundige en de kleuter kunnen hierbij zitten of staan (zoals gewenst).  In ieder geval is het goed dat de aanwijskaart op een stoel of tafeltje ligt vóór de kleuter (dit vormt een 'vast' punt).
  • Plak sowieso de aanwijskaart vast met kleefband, zo hoef je niet voortdurend de kaart terug goed te leggen.
  • Voorzie voldoende tijd (deze test gaat inderdaad niet snel bij kleuters).
  • Twee tot drie kleuters in de onderzoeksruimte is echt voldoende.
    Samen voelen de kleuters zich meer op hun gemak dan alleen.
    Laat de kinderen echter niet tegelijk de visustest uitvoeren: veel kans op vergissingen.
    Laat de andere kinderen die in de kamer aanwezig zijn van op een zekere afstand meekijken (zo hoef je het niet telkens helemaal opnieuw uit te leggen). Laat ze niet spelen: dit leidt de aandacht van het te onderzoeken kind te makkelijk af. Een blaadje en wat kleurpotloden aan het 'tafeltje-van-de-observators' kan helpen mochten ze snel op het testgebeuren zijn uitgekeken.
  • Indien de juf signaleert dat een kleuter moeite had bij de voorbereiding, dan laat je die best vergezellen van een kleuter die wel vlot de test begreep.
    Deze kleuter kan het dan 'voordoen'.
  • Laat eerst het grootste symbool zien op één meter afstand en met beide ogen samen.
    Leg uit wat er verwacht wordt.
    Ga dan over tot de eigenlijke test.
  • Moedig het kind aan ('Prima', 'Goed', ...), zelfs al duidt het een verkeerde letter aan.
    Een kind heeft nood aan positieve stimulatie.
    'Neen' of zelfs 'Kijk een goed' kunnen een kind onzeker maken.
  • Er zijn enkele letters die goed op elkaar lijken en dus makkelijk verward worden door de kinderen. Bijvoorbeeld de Y en V. Toch is het belangrijk dat er in de voorbereiding op gelet wordt dat deze letters worden onderscheiden.
  • Verlies niet teveel tijd met de grote letters. Als je voelt dat de test vlot gaat, hoef je met het kind niet alle letters van elke pagina te overlopen.
    Wél is het nodig dat àlle letters van de eindpagina juist worden gelezen alvorens het kind de score krijgt.
  • Wanneer een kind een symbool niet kan lezen, meestal zal dit één van de middelste symbolen zijn, vraag dan eerst om de buitenste symbolen aan te duiden en kom later op die middelste symbolen terug.
  • Duid steeds de letters aan, zeker voor de kleuters en kinderen van het eerste leerjaar.  De test is al moeilijk genoeg.  Duid de letters aan met een smal gekleurd voorwerp, bvb. een rietje.  Met de punt van een balpen of potlood gaat het ook, maar zorg dat het geen strepen maakt op je kaarten.
  • Duid de letters steeds aan ónder de omkadering (niet erboven: zo belemmer je je zicht). Bedek ook niet de andere symbolen of onderbreek ook je kader niet met je aanwijsvoorwerp, want dit heft de 'crowding' op.
  • Om snel je beginkaart terug te vinden, kun je deze pagina voorzien van een kenteken (bvb. een post-it)
     

De logMAR voor 'oudere' kinderen.  Enkele tips. 

  • 'Oudere' kinderen kennen de letters snel van buiten. Hiervoor zijn verschillende oplossingen:
    • wissel tijdig van boekje
    • vraag de letters door elkaar
    • laat eens terug enkele letters van een vorige kaart zien
    • blader bij het wisselen van ogen wat in je boekje
    • zorg ervoor dat de andere kinderen in de onderzoeksruimte niet naar jouw kaarten kunnen kijken.
  • Zorg er steeds voor dat ook voor de hogere jaren de aanwijskaart in de buurt van de leerling ligt: zo kennen ze de mogelijkheden (zo zullen ze zich niet snel vergissen tussen een O en een Q bvb.) 


VWVJ 2003

57 personen vinden deze informatie nuttig
Zien

Andere vragen