Evalueren van de geldigheid van een vaccinatieschema

De minimum leeftijden en intervallen in Tabel 1 zijn strikt te interpreteren: wanneer bv. een interval van 4 weken wordt aangegeven, wordt hiermee een  periode van 28 dagen tussen de dosissen bedoeld.

De dosissen die meer dan 5 dagen vóór de aangegeven minimumleeftijd of 5 dagen vóór het einde van het aanbevolen minimuminterval werden toegediend, worden als ongeldig beschouwd. Ongeldige dosissen moeten opnieuw toegediend worden na het bereiken van de minimumleeftijd en met inachtneming van een correct minimuminterval dat ingaat vanaf de toediening van de ongeldige dosis.

Deze criteria zijn geen aanduiding van de aanbevolen intervallen voor inhaalvaccinatie. Deze laatste zijn terug te vinden in de leeftijdsspecifieke inhaalschema’s in dit hoofdstuk (Tabel 2 en Tabel 3).

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht

Lid worden van VWVJ

Je werkt in de JGZ en wil nog beter geïnformeerd worden over JGZ-thema’s? Of je wenst mee te denken over de toekomst van de JGZ? Dan is VWVJ-lidmaatschap iets voor jou.

Wens je op de hoogte te blijven?
 Laat hier jouw emailadres achter.